Niet in gebruik
vrijdag 3 september 2010
Welkom op de site van
 

Het Jaarrapport Integratie 2007 van het SCP over de niet-westerse allochtonen in ons land (hierna: allochtonen), is een enerzijds/anderzijds-verhaal en dat is goed.

Enerzijds: (1) het hoge aandeel laagopgeleiden neemt langzaam af; (2) het aandeel gediplomeerden neemt langzaam toe; (3) in het basisonderwijs neemt de achterstand in taal en rekenen af; (4) verbetering van de arbeidsmarktpositie.

Anderzijds: enorme uitval uit voortgezet onderwijs en mbo; in tien jaar is de sociale afstand tussen autochtonen en allochtonen niet afgenomen; het aandeel werkenden blijft ver achter; de criminaliteit van vooral de Antilliaanse en Marokkaanse jongeren is schrikbarend.

Helaas is het noodzakelijk de positieve punten van het SCP te relativeren:
ad 1: Van de autochtonen volgt 50 % havo/vwo, van de Turkse en Marokkaanse leerlingen 20%.
ad 2: De uitval van allochtonen uit het mbo wordt schrikbarend hoog genoemd.
ad 4: Minder dan de helft van de allochtonen heeft een baan; in Amsterdam 1 op de 3 Marokkanen.

Voorlopig is er nog alle reden om integratiebeleid te voeren, sterker: het is een cruciale overheidstaak. Ik heb het dan niet over hier en daar een project, maar over het nemen van de benodigde structurele maatregelen. De mate waarin het integratiebeleid succesvol is, bepaalt de kwaliteit van de samenleving in de toekomst.

Om beleid te kunnen voeren en de resultaten van dat beleid te kunnen beoordelen, is het nodig over harde informatie te beschikken. Kort na haar aantreden vroeg ik de minister om een nulmeting per 1/1 07 voor de immigrantengroepen. De Kamer nam dit over in een motie. Het antwoord: die nulmeting is het Jaarrapport Integratie 2007 van het SCP.

Wie dat rapport leest, ziet dat het SCP m.b.t. Irakezen, Afghanen, Iraniërs en Somaliërs meldt dat recente cijfers ontbreken. M.b.t. Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen zijn de cijfers voor een deel – en juist voor de belangrijkste beleidsvelden – gedateerd: V.w.b. het onderwijs moeten we het nu in mei 2008 doen met informatie over het schooljaar 2004/2005; de cijfers over uitkeringsafhankelijkheid, huwelijksimmigratie en criminaliteit betreffen het jaar 2004.

Het is voor mij onbegrijpelijk dat u de motie niet wilt uitvoeren. Zonder de benodigde info kunt u als beleidsverantwoordelijke niet aansturen en kan de Kamer de beleidsresultaten niet beoordelen. Waarom gaf u na het aannemen van de motie geen opdracht aan het CBS om voor de benodigde cijfers te zorgen en aan het SCP om op basis van die cijfers de nulmetingen op te stellen (= de beschrijvingen van de integratie-situatie per 1/1 07 van de immigrantengroepen)?(Ik gaf eerder al de gemeente Tilburg als voorbeeld: in voorjaar 2007 had men alle gegevens tot 1/1 07 verwerkt in een beleidsnota.)(Vorig jaar kwam de minister met cijfers over schoolverlaten zonder startkwalificatie: 12 % voor niet-westerse allochtonen tegen 9,5 % gemiddeld. Navraag door mij bij Amsterdam en Rotterdam leverde voor de eerste groep percentages tussen 50 en 68 op.)

De Kamer kan hier onmogelijk genoegen mee nemen.
Positivisme en optimisme is nodig. Het gaat met veel immigranten goed en met een deel van de anderen gaat het langzamerhand wat beter. Maar om het vele dat niet goed gaat te verbeteren, is realisme nodig: de feiten onder ogen zien en benoemen, bereid zijn de benodigde ingrijpende beleidsmaatregelen te nemen. De VVD heeft vorig jaar november een eigen analyse gemaakt, de relatie tussen immigratie en integratie gelegd en aangegeven wat er moet gebeuren. Kort samengevat en in hoofdlijnen:
- de immigratie van kansarmen stoppen
- het onderwijs intensiveren
- intensieve bemoeienis met probleemgezinnen door één begeleider per gezin met doorzettingsmacht voor èn de hulpverlening èn politie/justitie
- lik op stukbeleid van politie en justitie
- het aanpakken van discriminatie, ook die door onverdraagzame moslims
- het aanpakken van degenen die integratie tegenwerken.

Over dit laatste: de AIVD heeft meerdere malen gewaarschuwd tegen de radicale islam, in het bijzonder de salafisten. Het is niet zo dat het gevaar dreigt dat zij ons staatsbestel omver gaan werpen, maar ze doen wel hun best de samenleving te ondermijnen. AIVD: als zij hun gang kunnen blijven gaan, kan dat leiden tot ernstige interetnische en interreligieuze spanningen en toenemende polarisatie. Zij maken gebruik van de marginale positie van een deel van de moslims, richten zich op kwetsbare jongeren, wijzen de westerse democratische rechtsorde en de niet-islamitische samenleving af en propageren verregaande vormen van onverdraagzaam isolationisme jegens niet-moslims en andersdenkende moslims.

Er wordt nu niets tegen gedaan, met als argument dat ze niet tot geweld oproepen. Wat ze wèl doen is echter net zo kwalijk, daarom moeten ze gestopt worden. We weten wie het zijn, vanuit welke moskeeën gewerkt wordt, welke scholen en opleidingsinstituten ze hebben (bijvoorbeeld in Lochem en Utrecht), welke imams het land doortrekken. Het staat al lang vast dat radicale moslims systematisch de integratie tegenwerken, het is nu zaak formeel de conclusie te trekken dat zij daarmee op termijn de openbare orde en veiligheid bedreigen. Op grond daarvan moeten we hun activiteiten beëindigen en dan bedoel ik er echt een eind aan maken: de moskeeën en scholen sluiten, de imams het land uitzetten na ze zonodig hun Nederlandse nationaliteit te hebben ontnomen. Dit is in het algemeen belang, zeker ook in het belang van al die moslims die graag in de Nederlandse samenleving willen participeren en niets van radicalisme moeten hebben.

Terug

foto Henk Kamp
Henk Kamp
RSS sitemap